Philip Huyghe


 

Het werk van Philip Huyghe is doordrongen van een vervreemdingsdrang die vertrekt vanuit de sfeer van het familiale. De bouwstenen van een onschuldig bestaan in de wereld van het kind – het uniform, de kat, de koekjestrommel – worden stuk voor stuk herschikt, verplaatst en vervormd om de gekende wereld elke comfortabele geruststelling te ontnemen. Onder de oppervlaktelagen van een vertrouwde herinnering vormen de hardnekkige overblijfselen van een onverteerd verleden de basis voor een visuele reis in de tijd, doorheen het individu en diens mogelijke alter-ego’s. Zo treedt Philip Huyghe vaak in de rol van de moeder. Ze wordt wisselend gespeeld door Huyghes moeder en door de kunstenaar die zich gemaskerd kleedt in een gebloemde blouse en een rok.


Huyghe presenteert ons foto’s, video’s, installaties en objecten, die bovendien in relatie tot elkaar worden onderzocht. De objecten figureren als decor voor de video’s of foto’s. De formele verscheidenheid lijkt het werk in meerdere richtingen te duwen die aan elkaar geklonken worden als een ‘buiten’ of ‘elders’.

In 1998 startte Huyghe met wat als videotrilogie zou afgerond worden in 2001: “The skirt”, “Day-trip” en “Fistula” zijn drie kortfilms die aan elkaar gebonden worden door het optreden van de dubbele moederfiguur in verschillende settings. Een barok interieur vormt de achtergrond voor “The skirt” waarvoor het inkorten van een oranjerode rok en aansluitend een dans het script vormen voor de moeder en haar alter-ego. In “Day-trip” verschijnen de twee moeders op een fietstocht door het platteland: één fiets draagt op het bagagerek een gepluimde pauw waarvan enkel de pronkveren behouden werden. “Fistula” toont beide moederfiguren op wandel waarbij de ene de andere vooruitrijdt in een rolstoel door een tunnel. Een papegaai op de arm van de invalide moeder reciteert teksten van Edgar Allen Poe waarvan de klanken aanzwellen en wegebben in de akoestiek van de lange tunnelarchitectuur. De centrale handeling in elk van de kortfilms neemt de allure aan van een overgangsritueel dat onzichtbaar met dagdagelijkse handelingen verweven wordt.


De intieme conversatie die plaatsvindt in het uitoefenen van dezelfde activiteit lijkt voldoende afstand toe te laten om het geheel naar een andere dimensie te verplaatsen. De personages lijken zichzelf in een autisme van elk ‘nu’ af te scheiden en de ommezijde van de werkelijkheid te betreden. Vergelijkbaar gaat Huyghe om met begrippen als plaats en tijd in East Mother/West Mother, dat gerealiseerd werd tijdens een eenjarig verblijf aan het Künstlerhaus Bethanien te Berlijn in 2001. Op regelmatige tijdstippen lanceerde Huyghe met medewerking van City Cards een postkaart. De totale reeks bestaat uit vijf kaarten en was maandenlang in de verdeelstands van cafés en winkels opgenomen.


East Mother/West Mother City Cards, lijkt de recente geschiedenis van Duitsland en de metropool Berlijn in te duiken en grijpt de ondertussen historische verdeeldheid van de grootstad aan als setting voor het verhaal van Huyghes persoonsverdubbeling. Nergens evenwel wordt een directe verwijzing gemaakt naar de herkenbare historische en hedendaagse iconen van het stedelijke landschap van Berlijn.


East Mother/West Mother toont vijf taferelen. De reeks werd geopend in maart 2001 met het beeld van het exterieur van een kledingzaak. Onleesbaar voor de achteloze toeschouwer hing in de etalage de outfit van de twee moederfiguren: de gebloemde blouse en de oranjerode rok in tweevoud. Het dubbelgangersmotief introduceert een tweeledigheid waarover ons in de overige beelden wordt bericht: de vijf postkaarten tonen fragmenten uit het leven van een van beide moeders. Huyghe grijpt niet zozeer de context van Berlijn aan om de dubbele persoonlijkheid naar een beeld te vertalen, veeleer wordt de historische conditie van Berlijn terugvertaald naar om het even welke urbane, maar vooral individuele conditie: een onderhuidse gespletenheid die latent elke subjectvorming destabiliseert. Onvermijdelijk treden een aantal verwijzigen op naar historische situaties of plaatsen zoals bijvoorbeeld het optreden dat Marlene Dietrich verzorgde in de El Dorado Bar in 1929. De actrice die in 1939 in een vrijwillige ballingschap naar de Verenigde Staten trok, was naast een felbegeerde filmdiva ook een virtuose op de zingende zaag. De El Dorado Bar werd ondertussen omgevormd tot een supermarkt waar East Mother/West Mother een huidkleurige versie van de zaag bespeelt. De zaag wordt een castratie-instrument dat verschillende incarnaties van een en dezelfde persoon in het leven kan roepen.
De reeks werd afgerond met een beeld van dezelfde kledingzaak als het beeld dat al in maart gerealiseerd werd. East Mother/West Mother wandelt de zaak buiten om het verhaal af te sluiten of om nog een nieuw mogelijk begin te introduceren. Net zoals in “The skirt”, “Day-trip” en “Fistula” wordt de ruimte een doorgeefluik waarin meerdere dimensies aan elkaar geregen worden.

Vanaf 1995 realiseert Huyghe ook grote portretfoto’s. Het zijn schijnbaar statische familieportretten met titels als “The collector”, “Double portrait”, “Home”, “Family portrait” of “The glove” waarop in rijzige interieurs steeds dezelfde personages worden vastgelegd op foto. De fotoreeks leidt ons af over de oppervlaktelagen van de objecten die erin opgenomen zijn en onthult maar weinig over de geportretteerden of hun motiveringen. Huyghe’s fictieve ensceneringen confronteren ons met een afgesloten en ontoegankelijke werkelijkheid die een verleden of een heden kan zijn. Zelden tot nooit worden Huyghes personages psychologisch uitgediept: de relatie tot een verleden of een gebeuren is veelal emotieloos. De mogelijke relaties tot de objecten, de handschoen (“the glove”), de zaag, de gepluimde pauw (“Day-trip) of de opgezette kat zijn verre van eenduidig. Enerzijds worden ze ingebed in de context van het private en lijken ze met persoonlijke betekenissen beladen. Anderzijds ondergraven ze de standvastigheid van het familiale door dit ‘zelf’ als een ‘elders’ te infiltreren. In het merendeel staan de voorwerpen en beelden in verband met de verdubbeling van de moederfiguur. Zo is de koekjesvorm (“Jacqueline”, “Joly”) een moule die op haar beurt verschillende incarnaties van een en dezelfde persoon in het leven kan roepen: zowel “Jacqueline” als “Joly” zijn gestileerde vormen van een jong meisje.



Huyghes werk lijkt opgebouwd uit werelden die naast elkaar bestaan in een parallel tijd-ruimtelijk polyversum. De afgrondelijke sprong van de ene naar de andere dimensie wordt in East Mother/West Mother concreet toegepast op de metropool Berlijn doorheen het medium van de postkaart die steeds vanuit een elders diens bestemmeling bereikt. In de portretreeks vinden we de sleutel tot zo’n elders in de verzamelde objecten die er het decor van bepalen. Huyghe is op zoek naar een vertraagde werkelijkheid. Zelf vergelijkt hij film en bij uitbreiding de kunst met kamers: het beeldkader gunt ons een blik in de vele vertrekken van de werkelijkheid die ogenschijnlijk naast elkaar lijken te bestaan. Met East Mother/West Mother worden op verschillende plaatsen kamers opgetrokken die al dan niet samenvallen met de herinnering aan een ideologische ruimte die nog slechts in een vervreemde dimensie toegankelijk gemaakt kan worden.